Zaterdag staat met Strade Bianche een van de zwaarste én tegelijk mooiste eendagswedstrijden van het seizoen op het programma.
Voor de twintigste editie krijgt de koers enkele aanpassingen: de afstand krimpt met bijna 15 kilometer en de organisatie schrapt twee grindstroken. Daardoor krijgen de renners nu in totaal veertien ‘strade bianche’-sectoren voorgeschoteld. Na de start bij de Fortezza Medicea rijden de renners slechts enkele kilometers voordat ze de eerste hindernis van de dag bereiken. Toch verwachten kenners dat de wedstrijd pas echt ontploft op de brute hellingen van Monte Sante Marie, de langste grindstrook van de dag. Ook Le Tolfe – dit jaar twee keer in het parcours opgenomen – en Colle Pinzuto gelden als sleutelmomenten en ideale lanceerplatforms voor een beslissende aanval, zoals in eerdere edities al meermaals bleek.
De slotkilometer blijft ongewijzigd. Dat betekent dat de favorieten de moordende stroken van 16% op Via Santa Caterina moeten overleven voordat ze de iconische Piazza del Campo bereiken in Siena, een van de meest spectaculaire aankomstlocaties in het wielrennen.
Soudal Quick-Step, de enige ploeg die deze prestigieuze Italiaanse klassieker met drie verschillende renners wist te winnen, verschijnt met een sterke zevenkoppige selectie aan de start. De ploeg rekent op Gianmarco Garofoli, Junior Lecerf, Pepijn Reinderink, Martin Svrcek, Mauri Vansevenant, Louis Vervaeke en Filippo Zana, winnaar van de Giro di Sardegna en twee jaar geleden goed voor een top-10-plaats in de Toscaanse stad.
“De wedstrijd is dit jaar iets korter en telt minder grindkilometers dan vorig seizoen, maar dat maakt haar niet minder zwaar of veeleisend. Het blijft een van de mooiste koersen ter wereld, een wedstrijd waarin we in het verleden al veel mooie resultaten hebben geboekt. Het spreekt dan ook voor zich dat we opnieuw mee willen strijden voor een sterk resultaat met deze selectie”, aldus sportdirecteur Davide Bramati.
Photo credit: ©Cédric Depraetere