Wim De Wolf, een van de coaches van het team, legt uit hoe we gedurende het hele seizoen gebruikmaken van CORE-apparatuur.
Koersen in warme omstandigheden brengt een uitdaging met zich mee die verder gaat dan tactiek of vermogenswaarden: hitte. Met hoge temperaturen als constante factor tijdens de AlUla Tour legt Soudal Quick-Step in de voorbereiding op het vroege seizoen sterk de nadruk op hitte-adaptatie. Daarbij gebruikt het team kernlichaamstemperatuurdata om trainingen op een nauwkeurige en geïndividualiseerde manier te sturen.
“Hitte heeft een duidelijk negatief effect op de prestaties als je er niet op voorbereid bent,” legt Wim De Wolf, een van de coaches van het team, uit. “Daarom moet die aanpassing al gebeuren vóór we afreizen. Je kunt niet wachten tot je in Saudi-Arabië aankomt en hopen dat het lichaam zich dan nog op tijd aanpast.”

Om de renners voor te bereiden op koersen in warme omstandigheden, maakt het team gebruik van actieve hittetraining, gemonitord met CORE-sensoren. Meerdere keren per week werken de renners gerichte hittesessies af van ongeveer 45 minuten, waarbij ze trainen binnen een specifieke temperatuurzone die bedoeld is om aanpassing te stimuleren.
Met het CORE-apparaat kunnen we exact volgen hoe het lichaam van een renner tijdens deze sessies reageert.
“We zien wanneer ze hun hittezone bereiken, hoe stabiel ze daarin blijven en hoe ze nadien herstellen. Daardoor zijn de trainingen gecontroleerd en effectief, in plaats van gewoon oncomfortabel.”
Om sneller de gewenste temperatuur te bereiken, kleden de renners zich extra warm aan en dragen ze soms een speciaal CORE-hittepak. Het doel is niet om de trainingsbelasting te verhogen, maar om de kernlichaamstemperatuur sneller op te drijven, zodat de renner meer tijd in de adaptatiezone kan doorbrengen.
“Het CORE-pak helpt ons om zo snel mogelijk de juiste temperatuur te bereiken,” vervolgt De Wolf. “Daardoor is de sessie korter en gerichter en verstoort ze de rest van het trainingsprogramma niet.”

Renners dragen de CORE-sensor ook tijdens gewone trainingen en wedstrijden, waardoor ze meer inzicht krijgen in hoe hun lichaamstemperatuur in verschillende situaties verandert. Deze data speelt een sleutelrol bij het verfijnen van individuele koelstrategieën. “Niet elke renner reageert op dezelfde manier op hitte,” zegt De Wolf. “Door de data te gebruiken, kunnen we bepalen wat voor elke renner het beste werkt — of dat nu het moment van drinken is, specifieke koelmethodes of keuzes in tempo. CORE helpt ons om die beslissingen te nemen op basis van feiten, niet op gevoel.”
Een van de renners die baat heeft bij deze aanpak is Martin Svrček, die deel uitmaakt van de selectie voor de AlUla Tour. Net als voor veel jonge renners is aanpassen aan extreme hitte een cruciale stap in zijn ontwikkeling. “Voor Martin en de andere renners neemt deze voorbereiding veel onzekerheid weg,” besluit De Wolf. “Wanneer we aankomen bij de koers, is de hitte geen verrassing meer. De renners weten hoe hun lichaam reageert en wij weten hoe we hen moeten ondersteunen. Zo kan iedereen zich focussen op het koersen — en daar draait het uiteindelijk om.”
Photo credit: ©Wout Beel